De Kunstenaar
Niet wie ik ben.
Wel waarom ik kijk.
i. De Vlaamse meesters
De fascinatie begint bij de Vlaamse primitieven en de hofschilders van weleer. Niet omdat hun techniek bewonderenswaardig is — dat spreekt voor zich — maar omdat zij begrepen dat een schilderij kon dienen als chronique. Als drager van een tijd, een macht, een gewoonte. Iedere plooi in een mantel telde mee. Iedere blik vroeg om uitleg.
ii. Surrealisme als waarheid
Magritte en Dalí dienen niet als esthetische pose maar als gereedschap. Soms is een toilet schuin in een gangetje, met botsende tegels en te veel silicone, surrealistischer dan welke droomvoorstelling dan ook. Het surreëel zit niet in de fantasie — het zit in het nauwkeurig opmerken van wat er werkelijk gebeurt.
iii. Meme als bijbelkunst
De moderne meme-cultuur, waarin een beeld met bijpassend woord een verhaal vertelt, is geen oppervlakkig fenomeen. Het is de terugkeer van de bijbelkunst — beelden voor een ongeletterd volk. Een historische situatie waar we, of we het willen of niet, opnieuw naar afdwalen. Daar moet schilderkunst zich toe verhouden.
iv. Eerlijk verhaal
De grootste reden om te documenteren is contrair: tegen het heldenepos dat over ouderen wordt verteld, tegen de belachelijke verbloeming die via (a)sociale media in de annalen sluipt. Dit werk is bedoeld als geschenk aan toekomstige generaties — een eerlijk verhaal, met al zijn ongemak en humor intact.