De Praktijk

Eerst het woord.
Dan het beeld.

Beeldende kunst werkt traditioneel van beeld naar beeld — zoals de artiest het ziet, zoals de artiest het uitdrukt. Maar in dit atelier kantelt de volgorde. Het schilderij begint bij een zin, een observatie, een tafereel dat te complex was om enkel als foto te bestaan.

Sinds 2017 is er het logboek. Een gewoonte aangenomen als tegenbeweging tegen de oneindige toestroom van telefoons en hun ongelimiteerde opslagcapaciteit — de prime time voor afschuwelijke selfies, het tijdperk waarin het beleven van het moment plaats maakte voor het vastleggen ervan. De bedoeling van die logboeken was simpel en koppig: een realistische documentatie van avonturen als gezin, gepeperd met een hevige dosis historische framing.

“Om zo een eerlijk verhaal over mijzelf en de tijd door te geven aan mijn kinderen, in tegenstelling tot het heldenepos dat vaak over ouderen verteld wordt of de belachelijke verbloeming die huidig via (a)sociale media in de annalen sluipt.”

Van woord naar beeld.

Het idee ontstond niet plots. Vorig jaar werden gedichten omgezet naar schilderijen — een activiteit die zeer beviel. Daaruit groeide de wens om ook eigen tekst, eigen observaties, te vertalen naar doek. Niet als illustratie. Wel als hertaling. Wat in het logboek zes paragrafen vraagt, wordt op het doek één compositie waarin elk object, elk gebaar en elke kleurkeuze terugverwijst naar het geschreven origineel.

Vlaamse meesters & moderne meme-cultuur.

De invloeden lopen wijd uiteen: de Vlaamse primitieven, het realisme, de hofschilders van weleer — maar ook Magritte en Dalí, en, zonder schaamte, de hedendaagse meme-cultuur. Want een beeld met bijpassend woord vertelt verhalen zoals de bijbelkunst dat ooit deed voor een ongeletterd volk. Een historische situatie waar we opnieuw naar afdwalen.